142 – WAOtische perikelen (deel 2)

Zo’n vier jaar geleden schreef ik een stuk op dit weblog en hoopte dat ik er nooit meer over hoef te schrijven, maar helaas. Er zijn soms onderwerpen die ik niet zomaar kan overslaan, er dit is er één van. Het is misschien wat mosterd na de maaltijd, maar toch.

Een paar weken terug werd ik geattendeerd op een bericht wat onlangs in de media was verschenen; jobcoaches die frauderen. Vlug raakte ik aan het Googlen, en jawel, hoor! Niet dat het me erg verraste, dat niet. Maar er zijn toch een paar dingetjes die me mateloos iriteren. Voor wie te lui is het filmpje kijken of het bericht te lezen, hier is de korte variant:

Jobcoaches die zogenaamde WAjong-ers (jonge arbeidsgehandicapten) zouden moeten helpen/begeleiden naar betaald werk, blijken te frauderen. Deze WAjong-ers zitten thuis, terwijl de desbetreffende instantie(s) geld vangen.
Wil je meer weten? Dan raad ik je toch aan het filmpje te bekijken of het persbericht te lezen.

Ik was boos. Heel boos. Zeg maar gerust pissed off.
Want uitgerekend het bedrijf wat mij zou moeten helpen, was nu in het nieuws, en ik wist dus van niks! Nou ja, van niks… Ik had zo mijn vermoedens. Toen ik daar begon in september 2010 kreeg ik op papier een 49-urige werkweek. Maar in realiteit haalde ik dat uren eigenlijk nooit. Het bedrijf in kwestie had daar geen problemen mee. Ik verveelde me zelfs, maar er werd vooruitgang beloofd, die ook weer uit bleef. Zo gaan het een jaar door, en toen ik voor de vierde maal vroeg hoe het nu zat met mijn contract zat, waar ik “me geen zorgen om moest maken, want dat verlengen we gewoon”. Werden er ineens onmogelijke eisen aan mij gesteld. En vond men het teveel werk om mij even in te lichten dat mijn contract gewoon niet verlengd werd (en zo kan ik nog een heleboel voorbeelden noemen…).

Nog iets anders waarmee je het bloed onder mijn afgebeten nagels vandaan kan halen: de woordkeuze die overal gebruikt word. ‘Arbeidsgehandicapten’. Okay, dat ‘we’ volgens de wet zo genoemd worden is tot daar aan toe, maar als deze doelgroep in het nieuws komt, worden ‘we’ altijd afgeschilderd als een stelletje idioten die óf tot niets/weinig in staat zijn óf we zijn te lui voor woorden. En dat is dus niet waar. Zeg dan op zijn minst ‘arbeidsbeperkten’. En daarbij, nu blijkt dus dat er ook nog een andere kant van het verhaal is.

Waar hebben we het eigenlijk over?
Het gaat hier over één bedrijf waar 200 mensen de dupe van zijn. En er wordt nu gesproken van “het topje van de ijsberg”, want de bemiddelingsbedrijven schieten als onkruid uit de grondSinds 2006 is het al bekend bij het UWV dat deze vorm van fraude gebruikt word. Maar niemand vond het de moeite waard om in de afgelopen vijf jaar er eventjes naar te kijken, want – luidt het excuus – “daar was geen tijd voor”. Ons land kent ongeveer 547 830 WAO/WAjong gerechtigden, wordt het nu niet eens tijd dat het UWV zelf eens wat van die mensen in dienst neemt? Of daadwerkelijk eens mensen gaat helpen?

Eerlijk is eerlijk; voor een werkgever is het natuurlijk verdomd interessant om zo’n iemand in dienst te nemen; het eerste jaar betaal je vaak maar 50% van het maandloon, je hoeft geen premie te betalen, dat is allemaal geregeld. In veel gevallen heb je te maken met iemand die wel degelijk kan werken, sterker nog, die staat te popelen om weer eens wat te doen.

Ach ja. Ik wacht nu maar af wat er gaat gebeuren. Thuis, dus. Ik zie in ieder geval 2012 hoopvol tegemoet; mijn baan kan ik niet meer verliezen en bedonderd waren we al!

Categories: Thoughts | Plaats een reactie

141 – Oud, ouder, oudst

Leeftijd, het is een raar iets. Dat ik me er geen bal van aantrek, mag duidelijk zijn. Maar iedereen wil wel weer jong zijn. Vooral wanneer de ouderdom met gebreken, komt, zoals het spreekwoord luidt.

Sinds ik zonder werk zit, werk ik als vrijwilliger in het verzorgingstehuis, in ons dorp. Gewoon, om mijn horizon te verbreden op het gebied van werk, maar ook op sociaal niveau. Ik werk daar op een psychogeriatrische afdeling, waar voornamelijk dementerende ouderen zitten. Nu ik daar al een poosje mee draai, merk ik steeds meer het verschil tussen de mensen; de ene weet echt niets meer, en praat zelfs niet meer. De ander kan zomaar uit een spatten van woede. Vaak is het maar net hoe de wind staat; de ene keer kan je met ze praten en lachen, het volgende moment kunnen ze je wel aanvliegen.

Doorgaans zijn de mensen de tachtig gepasseerd. En dan ben ik natuurlijk maar een ‘broekie’.
Gister was één van de heren op ‘mijn’ afdeling jarig. Vandaag zocht ik hem eventjes op om hem te feliciteren, maar ik was mij wel degelijk bewust, dat de mogelijkheid bestond dat hij dit zich niet meer kon herinneren. Vrolijk kom ik de huiskamer binnenlopen.

“Goedemorgen, allemaal!”
De helft zit nog een beetje te dutten. Ik ga aan de tafel zitten en kijk toe hoe mevrouw een slokje van haar thee neemt. Ze geniet oprecht.
“Amai, das ‘nen lekker kupske thee. Och, het is zo naar dabuiten, mijn meske. Ge blief moar lekker binnen, hoor. Asse ge subiet noar buiten get, kleede oe goed werm. Voor je het weet hedde ut te pakken, eej.”
Verrassend genoeg, versta ik tegenwoordig dit taaltje prima. Dan valt de lege plek tegenover haar stoel me op. Daar zit altijd haar man. Na even te twijfelen – want je weet het niet – vraag ik het haar toch maar.
“Dat komt goed, hoor, maakt u zich maar geen zorgen. Zeg, waar is uw man trouwens? Was hij niet gister jarig?”
Kans om te antwoorden had ze niet; haar man kwam nét van buiten. Hij had een sigaartje gerookt.
“Goedemorgen, meneer!”, begin ik, “was u niet gisteren jarig?”
“Jawel, jawel. Da’ was ‘nen goe feest, ist nie moeke?”, antwoord hij.
“Zeker, zeker…”
“Van harte gefeliciteerd, dan nog he? Zeg, hoe oud bent u eigenlijk geworden, dan?”
“Och ja, ik ben gester 40 geworden, zuster!”, antwoordde hij met glinsteringen in zijn ogen.
“40?!”, antwoordde ik verrast en vol ongeloof.
Hij begint te lachen. Wat een schik had hij. Nog keek ik verbaast.
“Och meske, ik neem oe in de maling. Ik mogtan wel vergeetachtig zén, maar ik wee’ dat ik 80 ben geworre. Het dubbele van 40, he!”
Spontaan moet ik lachen. Dit zijn de momenten dat je het werk daar zo waardeert. Meneer schenkt mij een kopje koffie in, verontschuldigt zich, want de taart was gister al op.

Spontaan ontstaat er een raadspelletje tussen de bewoners, verpleging en vrijwilligers. Vaak als je de cijfers van je leeftijd omdraait, ‘word’ je jonger. Zo rolden de cijfers door de kamer; 18, 95, 54, 76, 71 en 3.
“Drie?!!! Huh… Hoe kan je op drie uitkomen dan?”
“Ik ben 30″, antwoord ik.
“Och, ik dacht dat jij een jaar of 20 was!”, zegt een verpleegster.

Ineens komt er uit de stille hoek geluid.
“Als ik mijn leeftijd omdraai kom ik op hetzelfde uit.”
“Oh, hoe jong bent u dan, mevrouw?”, vraag ik.
“Honderd en…ÉÉN”

Categories: My DailyLife | 1 reactie

140 – Muziek: Passie en angst in één woord

December is aangebroken, en de tijd vliegt werkelijk voorbij. Het Concertseizoen is weer geopend, en we vliegen van de ene naar de andere repetitie. Onze agenda is tot half februari al helemaal gevuld, en het is erg lastig af te spreken met vrienden of familie. Daar is niet altijd begrip voor. Zo hoor ik wel eens de opmerking “Dan zeg je toch een keertje af?”

Hij speelt in een orkest hier in Putte (trompet) en in Dordrecht (trombone). Dan heeft hij Larry Cook nog, waarvoor hij de PA-apparatuur regelt, zo nu en dan muziek schrijft, en natuurlijk (lead)trompet en zo nu en dan trombone speelt.
Ik heb mijn orkest in Gouda en Dordrecht en een kerstband waar ik hoorn speel.

Je kan niet zomaar een concert afzeggen! Het is misschien wel een hobby, maar mensen rekenen wel op je. Voor alle orkesten geldt; je kan niet ‘zomaar’  een repetitie afzeggen. Ten eerste (en misschien wel de belangrijkste reden) ligt daar onze passie. Daarnaast rekenen mensen op je, en met al die concerten voor de deur moet je nu eenmaal regelmatig repeteren. Op de vaste repetitieavond/middag, maar ook thuis. Voor ons heel erg logisch, maar voor anderen niet altijd. Ik denk dat je daarvoor zelf een muzikant in hart en nieren moet zijn, om dat écht te begrijpen.

In Gouda hebben we sinds kort een nieuwe dirigent. Voor mij was dat best een nieuwe ervaring; zolang als ik daar speel hebben we dezelfde dirigent. Het is altijd wennen aan elkaar; wij kennen hem niet, zijn manier van werken is anders, zijn mentaliteit is anders, en muzikaal gezien wil hij ook dingen anders. Over twee weken hebben we al weer een concert. Mét de nieuwe dirigent. We zijn nu dan ook hard aan de slag met het kerstrepertoire. Elk jaar het zelfde liedje. Of dezelfde liedjes, eigenlijk. Maar wat verrassend als de nieuwe dirigent het net eventjes iets anders wil hebben dan de vorige.

Voor mij is elk concert een uitdaging. Voorheen zou ik ‘probleem’ gezegd hebben.
Het bespelen van mijn instrument in orkest verband is mijn passie, maar tegelijkertijd ook mijn grote angst. Als je het simpel bekijkt, is dat eigenlijk heel erg raar. Ik ben niet bang voor mensen, muziek, muzikanten. Nee, ik heb faalangst. En ik denk niet dat ik me daar voor hoef te schamen. De meeste mensen/muzikanten hebben in zekere zin een vorm hiervan. Tot nu toe had ik een goede compromis gesloten; doen wat ik kan doen, en de grote (en dus de meest beangstigende) concerten een serie bètablokkers slikken. Dan kon ik het concert daadwerkelijk blazen. Maar eigenlijk is dat niet goed. Ik wil dat mijn passie is en blijft en niet één grote blokkade.

Op dit moment ben ik dat keihard aan het aanpakken. De methode die ik hiervoor gebruik is EMDR, waarmee ik zorg dat de traumatische herinneringen minder heftig worden opgeslagen in mijn geheugen. Ik moet zeggen, ik had niet verwacht dat ik met zo’n ‘simpele’ methode zoveel kon bereiken. Daarbij studeer ik (bijna) elke dag. Tot op heden boek ik zeker vooruitgang, maar we zijn er nog lang niet. Ik durf wel steeds meer, gelukkig.

Hoe ‘simpel’ de methode lijkt, is het niet simpel; elke keer dat ik mijn instrument op pak, ga ik een gevecht aan met mezelf. Theoretisch weet ik wat ik kan en wat ik niet kan op mijn hoorn en wanneer ik alleen thuis ben, krijg ik dat voor elkaar. Wanneer mijn vriend beneden TV zit te kijken, zakt mijn prestatie niveau. Wanneer ik bij één van mijn orkesten ben, des te meer! Het is gewoon een vervelende tic. Vooral als je bedenkt dat ik niet echt ‘bang’ ben, maar vooral mijn lijf reageert op wat er om mij heen gebeurd. Voor de mensen die niet precies weten hoe dat voelt:

Stel je eens voor dat je ergens loopt. Ineens zit er een gat in de weg, of je maakt een misstap op de stoep, waardoor je net het stoeprandje mist. Je valt, of weet je net te redden en valt net niet. Iedereen kent dit soort schrikreacties wel. Hoe reageer je? Je trilt, versnelde hartslag, het zweet breekt je uit, versnelde ademhaling. Misschien zelfs een beetje draaierig.

Dit is de reactie die mijn lichaam geeft, wanneer ik mijn instrument bespeel, in groepsverband.
Het eerstvolgende concert ga ik voor het eerst zonder medicatie spelen; eens moet die stap genomen worden.

Categories: First love: Music, Me, Myself & I | Plaats een reactie

139 – Tijden veranderen…

Gut, en toen was het alweer oktober. Het lukt me maar niet om trouw  een verhaaltje te tikken, hier! Of hartstikke druk OF ik heb behoefte of gewoon lekker suf op de bank te hangen, met manlief. Momenteel kan ik me niets fijner voorstellen, want dat was twee weken niet aan de orde. Voor werk zat hij in Tanzania, en gut… dat was wat! Terwijl hij culturele verschillen aan het snuiven was en hard aan het werk was, zat ik hier, in dat grote huis, wat spontaan zes keer zo groot leek. Ik  kreeg te maken met een gevoel wat ik lang niet gekend heb; ik miste heb afschuwelijk, ik was er helemaal naar van.

De laatste keer dat ik echt iemand gemist had, was ik nog een klein meisje, toen ik wegens de gezondheid van mijn moeder ging logeren bij Opa en Oma. Heimwee kwam toen al niet voor in mijn woordenboek, laat staan het gemis van iemand. Dat werd dus de eerste keer, en nu dus de tweede keer. Dat was een hele schok, voor mij, maar ook voor mijn moeder toen ik haar huilend op belde. Zo kende ze haar dochter niet! Die miste nooit iemand, die vond het eigenlijk allemaal wel best.

Tuurlijk, als in mijn verleden mijn vriendje een paar dagen of een weekje weg was, vond ik dat niet leuk, maar om nu te zeggen dat ik hem miste…? Dat ook weer niet. Ik schuif het wel een beetje af op de omstandigheden; er was in het hotel in Mtwara geen internet verbinding, dus we konden elkaar niet vaak spreken, terwijl we daar wel van uit gingen. Bellen kan wel, maar is verschrikkelijk duur. Dit was de eerste keer dat hij weg ging. Dan nog op de eerste avond een hagelbui, met stenen die prachtig in een glas cola pasten. We hadden dus ook nog de nodige schade, wwaar ik ook weer achter heen moest. Ik die eerste week kreeg ik genoeg op mijn oren, want tot overmaat van ramp verloor ik ook nog mijn baan; mijn contract word niet verlengd, want ik ben te duur.

De tweede week werd ietsje makkelijker; ik kon weer gaan aftellen, maar ook had ik mijn agenda zo vol gepland dat ik weinig tijd had om na te denken, dat scheelt een hoop.

We hebben zo wel goed ondervonden hoe verschrikkelijk veel we van elkaar houden, dat is ook wat waard. De komende tijd zal hij wel vaker naar het buitenland moeten; naar schatting moet hij gemiddeld 5 keer per jaar naar het buitenland. Dit kan variëren van 2 dagen tot 2 weken, van Duitsland tot Kenia of Cuba. We weten dat ”t gaat gebeuren, alleen niet wanneer en hoe… Hopelijk valt het dan wel een beetje mee, want dit was geen pretje…!

Categories: Me, Myself & I | Plaats een reactie

138 – ‘Oes’t, Sjoeke?

Minuten verstreken, uren verstreken. Minuten werd uren, uren werden dagen, dagen werden hele maanden, en hé hé; eindelijk weer eens een teken van leven. Eind september liet ik voor het laatst wat achter op mijn weblogje, nu is het half mei. Ik had er vrede mee; misschien moest het wel zo zijn en was het écht niet aan mij besteed om samen met iemand oud te worden. En dan voel je de bui al hangen. Juist die ene, die totaal niet je type lijkt, is het wel. Het was wel even schrikken; het is best een contrast, voor hem was ik in eerste instantie ook niet zijn tpe, maar ja… We bleken juist ontzettend elkaars type te zijn.

Alles ging heel snel, we wilden dit, en we deden dit, ook al hebben de praktische omstandigheden alles wat versneld en dus wonen we sinds februari officieel samen. Dat heeft nogal voeten in de aarde. Want laten we wel wezen; Ossendrecht is wel net wat anders dan Gouda. Hoe groot kan het verschil zijn in dat kleine kikkerlandje, dat zal wel meevallen, dacht ik. Dat bleek anders. Ik noem een paar veranderingen.

Het landschap
Tja, dat is hier niet zo vlak als in Gouda. Daar kom je pas achter als je boodschappen gaat doen op de fiets. Het heeft ook voordelen. Zo is hier veel mooie natuur, in tien minuutjes sta je in het bos. Een ander voordeel: Wat je omhoog fietst, fiets je terug weer omlaag en dat gaat heel wat comfortabeler dan heen!

Het taalgebruik
Is ook ietsje anders. Als ik iets in de winkel vraag, moeten ze het vaak herhalen, omdat mijn brabants nog niet zo goed is. Soms moet ik zelfs vragen naar de betekenis van een woord. Hier hebben ze moeite om de ‘H’ uit te spreken )terugkomend op de titel, ik heb inmiddels geleerd dat dat ”Hoe is het, lieverd” betekent). Net een stel fransozen, maar dan socialer, doorgaans. Ik voel me net een toerist. Soms ben ik dat ook, want ik kijk regelmatig mijn ogen uit van hoe mooi ik het hier vindt, of in eens een bordje langs de weg zie staan met “Welkom in België”. Ik vind het inmiddels wel verrekte iritant wanneer de wind verkeerd staat, je mobiele telefoon besluit dat je in België zit, en dus niet kan bellen (of duurder wegens een Belgisch netwerk).

Wonen
Ook dát is hier ook anders. Ik was mijn riante flat gewend, maar de huizen zijn hier goedkoper en groter. Zeker het huis wat Maxi bezit. We hebben hier een vaste telefoonlijn met drie aansluitingen. Luxe? Nee, hoor, gewoon praktisch. Ik ben vaak de telefoon kwijt en ren als een malle door  het huis op zoek naar dat kreng, als hij eens een keertje afgaat! Flats hebben we niet in Ossendrecht. Zelfs de ‘gewone’ rijtjeshuizen zijn een maatje groter. De bevolking is ook anders. Hier wonen bijna geen Marokkanen, ik heb er nog geen één in Ossendrecht gezien. Wel wonen er hier Polen en Ghanezen, maar die zie je niet zo vaak, want die vertrekken vroeg van huis en komen laat weer terug; die werken hard.

Ik woon hier nu toch al een paar maandjes, maar echt gewend ben ik nog niet. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik nog wekelijks in Gouda te vinden ben; ik wil en kan geen afscheid nemen van mijn vrienden en De Pionier, die ik daar heb. Ik ga op vrijdag naar Gouda, speel ’s avonds mijn nootjes en geniet van een biertje, waarna ik logeer bij vrienden. Zaterdag in de loop van de dag haalt Maxi mij dan op.

Nu de rust weer wat meer terug is, zal ik weer wat vaker wat dingen op het digitale papier zetten er valt zoveel te zeggen!

Categories: Me, Myself & I | Plaats een reactie

137 – 5 en 50

Afgelopen zondag vierden mijn Opa en Oma dat zij 55 jaar getrouwd zijn. Samen met de familie gingen we gezellig lunchen in Vianen, en we hebben flink genoten van het heerlijke eten. Er mooi om te zien dat deze twee mensen elkaar na 55 jaar nog steeds lief hebben. Maar dat gaat ook niet zo maar, ze hebben aardig moeten vechten, ik was er niet bij (of misschien niet bewust), maar als ik hun verhalen moet geloven, dan absoluut.

Het is ook redelijk uniek om zolang getrouwd te zijn, ik bedoel… Hoeveel echtparen kunnen dat nu eigenlijk zeggen? Ik denk niet veel.

Op mijn sociale netwerken zie ik het gebeuren. Oudvriendjes en vriendinnetjes en oudklasgenootjes die delen met alle liefde hun huwelijksfoto’s, en zelfs de babyfoto’s verschijnen gretig op mijn beeldscherm. Vaak klik ik ze weg, maar soms kan ik het niet laten om toch eventjes te spieken. Zou je daar echt gelukkig van worden? Ik denk dat je trouwt omdat je gelukkig bént.

In mei ben ik één van de gelukkigen die getuige is. Mijn moeder en haar geliefde stappen dan in het spreekwoordelijke huwelijksbootje, en wanneer ik dit ergens vertel, de reacties verschillend. Die gaan van “Gaat het nu eindelijk gebeuren, joh?!” tot “Maar… vind je dat dan niet vreemd of moeilijk?” of “Dat lijkt me zó vreemd, gescheiden ouders en dan gaat er één van je ouders trouwen!”.

Nu ben ik niet iemand die snel zou gaan trouwen. Ik heb niets tegen het huwelijksbootje, maar ik heb er ook niets mee. Nu scheelt dat misschien aangezien ik vrijgezel ben en me met dat soort zaken niet bezig hoef te houden, maar toch. Als ik van iemand hou, dan hou ik van iemand. Trouwen is voor mij een beetje alsof ik moet bewijzen dat ik van hem hou. Maar toch, ik vind het geweldig dat ´ons mam´ gaat trouwen, ik ben erg trots op het toekomstige echtpaar, zelfs! Dit wordt het tweede huwelijk wat ik bewust mee zal gaan maken. Eigenlijk best grappig, het eerste huwelijk wat ik bewust mee maakte was die van mijn broertje en diens vrouw. Ik wist het ruimschoots van te voren, maar kon het pas echt geloven toen het zover was!

Op de vraag of ik het niet raar vind dat zij gaan trouwen, zeg ik dan ook resoluut `Nee!`.
Het is geen geheim dat ik degene was die zo verschrikkelijk veel moeite had met de echtscheiding van mij ouders. Maar dat is al even terug en het doet me zo verschrikkelijk goed dat mijn beide ouders zielsgelukkig zijn met een ander, after all, het zijn en blijven mijn ouders en niemand kan de rol van mijn papa of mijn mama overnemen. Ik heb van beiden maar één, en hun beide partners heb ik in mijn hart gesloten.

Terug naar mijn Opa en Oma. Zij vinden het nog wel eens jammer dat ik niet gelukkig ben met een ander. Maar ik ben gelukkig met een heleboel. Niet een man in mijn leven, maar met alle mensen die ik heb. Ik treur niet om wat ik niet heb, ik kijk graag naar de liefdevolle mensen die ik wel heb, en ja, soms mis ik wel eens iemand aan mijn zijde, maar dat is dan maar zo. De jeugd heeft de toekomst, zeggen ze, ik val misschien niet meer onder de jeugd, maar de toekomst heb ik wel degelijk!

Categories: Thoughts | 3 reacties

136 – Frisse start

De vakantie is over, en daar is zelfs het weer het mee eens. Buiten is het herfstachtig nat en warm vind ik het niet. Ik heb zelfs de verwarming al even aangezet. Na de vakantie begint iedereen aan een nieuwe, frisse start, maar mijn start is net iets nieuwer en frisser.

Na een veel te lange vakantie van zeven weken begin ik volgende week aan mijn nieuwe baan. En… Ik sta te popelen en heb er ontzettend veel zin in! Een baan waar ik weer veel nieuwe dingen kan en zal gaan leren en ik vind het heerlijk. Na drie jaar bij de krant was ik toch wel een beetje ingezakt en deed ik eigenlijk niet echt meer het werk waarvoor ik ooit was aangenomen, en kwam deze aanbieding wel heel goed uit. Ik mag mij straks ‘assistent webshopmanager’ noemen, wat betekend dat ik een webshop ga beheren, dit, in de breedste zin van het woord. Ik kom zelf uit de multimedia-design kant van het vak, en vind het heerlijk op de technische en grafische aspecten te combineren en ik kan daar nog veel in leren. Mijn inziens gaat een baan mij vervelen als ik er niet meer in kan ontwikkelen. Ontwikkeling is vooruitgang, dus beweging en zolang je beweegt blijf je steeds nieuwe dingen tegenkomen, onmogelijk dat je je dan gaat vervelen!

Dus… laat maar komen!

Categories: My DailyLife | 1 reactie

135 – Op vakantie: De buren

Ik ben lekker op vakantie in Brabant. Mijn moeder heeft daar een caravan staan op een camping en ik mag daar lekker een weekje verblijven. Dat was vorig jaar ook het geval, alleen na drie dagen van stromende regen, kou en volgelopen voortent, die ik vervolgens eigen handig leeg mocht scheppen, en ook nog heimwee naar mijn droge huisje, had ik besloten dat het genoeg was en keerde ik terug naar het zonnige Gouda.

Dit jaar is het gelukkig veel beter en ‘as we speak’, zit ik nu buiten in de schaduw een stukje te tikken. ‘s Nacht is het heerlijk stil hier, overdag, vooral ‘s middags vrij rumoerig. Om 10.00 uur ‘s ochtends organiseert de camping ochtendgymnastiek voor de kinders. Mijn god. Ik ken alle liedjes van dat CD-tje onderhand mee zingen. Ik denk dat ik morgenochtend rond 09.45 uur paraat sta. Niet om mee te doen, nee, om die CD-speler eigenhandig te dopen in het meertje.

Dan hebben we nog de geweldig, Bourgondische buren. Ik denk dat het een mengelmoesje is van Utrecht-Brabant, als ik het dialect zo hoor, dat Bourgondische is op zijn minst Brabants. Het gezin bestaat uit Moe Marjon, Pa Michel, Puber Marloes, Ik-mag-nooit-wat Marinda en Babyboy Marcel. Die laatste bevalt mij nog het beste.

Van het weekend was Ikke op bezoek. Vrijdagavond laat kwam hij aan, en ik heb hem maar gelijk op de hoogte gesteld van mijn Burenfamilie M. Alle namen beginnen met een M, zelfs de hond, die Mouka genaamd is! Zaterdag begin van de middag. Ikke en ik genieten van ons kopje koffie in een laid back mood. Marcel ligt lekker wat te pruttelen in zijn maxicosy, tot Marinda zeurend om een ijsje komt vragen bij Pa. Pa vind dat dat ijsje wel eventjes kan wachten en bulderend deelt hij dit haar mede. “Ik mag nooooooit een ijsje!” Stampend en krijsend, semi huilend loopt ze het pad op van de stacaravan. Langs pruttelende Marcel, die Marinda vervolgens honend na doet. Zij vervolgd haar stamende en krijsende weg de caravan in, smijt de deur dicht met de woorden “Stomme kutouders”.

Ikke kijkt me aan. “Lekker, hoor, zo’n zus”.
De hele tijd wordt er zeurend gevraagd, geklaagd en niets is goed. Die hele familie M is zo. Behalve Marcel, natuurlijk, want die kan nog niet praten en pruttelt naar alle tevredenheid. Hond Mouka hoeft maar één keer te blaffen, of er wordt al naar hem geschreeuwd. Marlous heeft haar favoriete woorden, deze worden regelmatig afgewisseld met elkaar. Die bestaan uit ‘kut’, ‘ouders’, ‘camping’, ‘tering’, ‘ik ben geen puber’, ‘hond’, ‘nee, ik ga niet naar bed’. Marinda doet graag haar grotere zus na, dus zij beschikt over de zelfde vocabulaire, aangevuld met ‘Ik mag ook nooit….. (* vul op ‘…’ een willekeurig item in wat kinderen graag willen). Laat hadden de meiden het helemaal voor elkaar. Allebei strontvervelend en als Pa of Moe niet iets had gedaan had ik ze zowat zelf naar bed gestuurd. Maar ja het was natuurlijk nog vroeg. 20.00 uur. Nou ja, dat maakte Michel niet uit, dus hopla, naar bed. “Ik ben dat gezeik zat. Donderen jullie allebei maar op naar jullie bed, hup. Nee, niks. Ik tel tot drie. 1, 2,……3.. Godverre! Marinda!! Laat dat! En NÚ naar bed.”

Van een vreemde hebben ze het niet. Pa zit tot in de kleine uurtjes bij de overburen te bieren en vooral om zijn testosteron te uiten. Meneer zit namelijk bij de brandweer en ooh wat hebben ze daar een leed gezien met dat weer van laatst. Of natuurlijk schuine moppen te tappen. Nu is daar niets mis mee hoor, maar ik denk niet dat alle campinggasten daar op zitten te wachten.

Afijn, ik heb geen televisie nodig op de camping, dit is ruimschoots voldoende. Maar ik wens ons mam en haar vriend heel veel succes, want die hebben deze fijne buren de komende weken als gezelschap!

Categories: My DailyLife | 5 reacties

134 – Prompt: Favourite Mistake

Plinky | Prompts zet elke dag een een vraag online waarop men kan reageren of deze vraag kan gebruiken als inspiratiebron voor het schrijven van een weblog. Zoals eerder aangegeven, ga ik de uitdaging aan, en zal ik eens proberen wat Prompts hier te beantwoorden, tijdens de komkommertijd. Hier volgt de eerste.

De prompts van Plinky zijn allemaal in het Engels, en zo komt het dus voor dat je niet iets direct kan vertalen naar het Nederlands. Bij Favourite Mistake moest ik gelijk denken aan het gelijknamige liedje van Sheryl Crow, waar ik vroeger (en nu nog) graag naar luisterde. De tekst niet totaal niet van toepassing, maar toch.

Mijn populaire vergissing, als je het letterlijk vertaald. Ik vind ‘vergissing’ sowieso niets. Dingen gebeuren niet zomaar, alles heeft vast een reden, en misschien besef je het niet direct, na enige tijd zie je vanzelf in hoe, wat, waarom en krijg je meer inzicht en besef je of het wel of niet voor herhaling vatbaar is.

Ach, wat is een vergissing? Dat verschilt per persoon, denk ik. Soms is het díe beslissing die je nam, waarvan je dacht dat het de beste was, in algemene zin, maar achteraf gezien, bleek dat toch niet helemaal zo te zijn.

Categories: Uncategorized | Plaats een reactie

133 – Voorkom de komkommertijd: Plinky!

Het is zomer. Niemand kan dat ontkennen. Het lijkt wel zomer als nooit tevoren. We zweten, plakken, hangen, verbranden en verlangen naar ijsjes, en zo erg als het de laatste weken is, kan ik me eigenlijk niet herinneren. Ik vind het eigenlijk niet zo erg, ik hou van de zomer, heerlijk die zon!

Maar waar ik niet zo goed tegen kan is de komkommertijd. Ach, je kent het misschien wel. De kranten staan vol met belachelijke berichten, die eigenlijk helemaal niet boeiend zijn, evenals de nieuwssites. Dagelijks neus ik een beetje rond op ad.nl, tijdens mijn kopje koffie in de morgen. Hier een greep uit het komkommer-assortiment: “Rokende peuter naar specialist”, “Britten slechts geklede toeristen van Europa”, “Teckel overleefd 16 dagen in riool”. Of zinloze onderzoeken die gepubliceerd worden als waarom vrouwen geluiden maken tijdens de sex en dat onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer je dichtbij een restaurant woont je dikker bent.

Ook webloggers hebben de komkommertijd, maar die uit zich doorgaans in een ‘writersblock’. Nu zit je natuurlijk met die mooie weer ook veel liever buiten, dan achter het toetsenbord, maar toch zijn er mensen die toch graag zo nu en dan wat willen schrijven, en niet verhalen als “vandaag wat het warm op kantoor, op de terugweg naar huis heb ik een ijsje gehaald en ben ik voor het eten eerst maar wezen douchen”.

Lang leve Plinky! Plinky | Prompts zet elke dag een een vraag online waarop men kan reageren of deze vraag kan gebruiken als inspiratiebron voor het schrijven van een weblog. Ik ga de uitdaging aan, en zal eens proberen wat Prompts hier te beantwoorden.

Categories: My DailyLife | Plaats een reactie

Blog op Wordpress.com. Thema: Adventure Journal door Contexture International.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.